Werkwoordpakket 2a

Schrijf de werkwoordsvormen in de witte vakjes. 

Klik pas op controle wanneer je helemaal klaar bent. Succes!

  aankleden     besteden
tegenwoordige tijd verleden tijd   tegenwoordige tijd verleden tijd
ik   ik
hij   hij
wij   wij
voltooid deelwoord:   voltooid deelwoord:
bijvoeglijk naamwoord:   bijvoeglijk naamwoord:
tegenwoordig deelwoord:   tegenwoordig deelwoord:

 

  inrichten     vermoorden
tegenwoordige tijd verleden tijd   tegenwoordige tijd verleden tijd
ik   ik
hij   hij
wij   wij
voltooid deelwoord:   voltooid deelwoord:
bijvoeglijk naamwoord:   bijvoeglijk naamwoord:
tegenwoordig deelwoord:   tegenwoordig deelwoord:

 

  achten     bezetten
tegenwoordige tijd verleden tijd   tegenwoordige tijd verleden tijd
ik   ik
hij   hij
wij   wij
voltooid deelwoord:   voltooid deelwoord:
bijvoeglijk naamwoord:   bijvoeglijk naamwoord:
tegenwoordig deelwoord:   tegenwoordig deelwoord:

 

  redden     voorbereiden
tegenwoordige tijd verleden tijd   tegenwoordige tijd verleden tijd
ik   ik
hij   hij
wij   wij
voltooid deelwoord:   voltooid deelwoord:
bijvoeglijk naamwoord:   bijvoeglijk naamwoord:
tegenwoordig deelwoord:   tegenwoordig deelwoord:

 

  antwoorden     dulden
tegenwoordige tijd verleden tijd   tegenwoordige tijd verleden tijd
ik   ik
hij   hij
wij   wij
voltooid deelwoord:   voltooid deelwoord:
bijvoeglijk naamwoord:   bijvoeglijk naamwoord:
tegenwoordig deelwoord:   tegenwoordig deelwoord:

 

  uitbreiden     tasten
tegenwoordige tijd verleden tijd   tegenwoordige tijd verleden tijd
ik   ik
hij   hij
wij   wij
voltooid deelwoord:   voltooid deelwoord:
bijvoeglijk naamwoord:   bijvoeglijk naamwoord:
tegenwoordig deelwoord:   tegenwoordig deelwoord: