Werkwoordpakket 8a

Schrijf de werkwoordsvormen in de witte vakjes. 

Klik pas op controle wanneer je helemaal klaar bent. Succes!

  aarzelen     glimlachen
tegenwoordige tijd verleden tijd   tegenwoordige tijd verleden tijd
ik   ik
hij   hij
wij   wij
voltooid deelwoord:   voltooid deelwoord:
bijvoeglijk naamwoord:   bijvoeglijk naamwoord:
tegenwoordig deelwoord:   tegenwoordig deelwoord:

 

  wandelen     treffen
tegenwoordige tijd verleden tijd   tegenwoordige tijd verleden tijd
ik   ik
hij   hij
wij   wij
voltooid deelwoord:   voltooid deelwoord:
bijvoeglijk naamwoord:   bijvoeglijk naamwoord:
tegenwoordig deelwoord:   tegenwoordig deelwoord:

 

  snikken     afwisselen
tegenwoordige tijd verleden tijd   tegenwoordige tijd verleden tijd
ik   ik
hij   hij
wij   wij
voltooid deelwoord:   voltooid deelwoord:
bijvoeglijk naamwoord:   bijvoeglijk naamwoord:
tegenwoordig deelwoord:   tegenwoordig deelwoord:

 

  liggen     verlangen
tegenwoordige tijd verleden tijd   tegenwoordige tijd verleden tijd
ik   ik
hij   hij
wij   wij
voltooid deelwoord:   voltooid deelwoord:
bijvoeglijk naamwoord:   bijvoeglijk naamwoord:
tegenwoordig deelwoord:   tegenwoordig deelwoord:

 

  zingen     bloeien
tegenwoordige tijd verleden tijd   tegenwoordige tijd verleden tijd
ik   ik
hij   hij
wij   wij
voltooid deelwoord:   voltooid deelwoord:
bijvoeglijk naamwoord:   bijvoeglijk naamwoord:
tegenwoordig deelwoord:   tegenwoordig deelwoord:

 

  trillen     afwijken
tegenwoordige tijd verleden tijd   tegenwoordige tijd verleden tijd
ik   ik
hij   hij
wij   wij
voltooid deelwoord:   voltooid deelwoord:
bijvoeglijk naamwoord:   bijvoeglijk naamwoord:
tegenwoordig deelwoord:   tegenwoordig deelwoord: