LES 13

 Vul de verleden tijd (v.t.) in.

Klik pas op controle wanneer je denkt dat je helemaal klaar bent.

Succes!

 

De coureur zijn racewagen.
De racewagen startproblemen.
De mensen zich het ongeluk goed.
Opa veel geld aan zijn hobby.
De waaghalzen door het ijs.
Het schip op de hogen golven.
De bemanning de luiken van het schip.
de schilder de muur erg mooi?
Niemand zich.
De gevangene zijn bewakers.
De boer het onkruid.
De tuinder het ongedierte.
De regen neer.
Niemand in een goede afloop.
De kinderen een voor een in het water.
De parachute langzaam naar beneden.
De fabriek uitgebreid.
De bezoekers op de liftknop.
De kleuter tegen de kamerdeur.
De hardloper de marathon.
De soldaten op het grote plein voor de kazerne.
De bewaker achter de dief aan.
Het van de geruchten rondom de voetballer.
De heer steeds zijn paraplu.
Zo’n aanbieding iedereen.
Vader het aangebrande eten .
wij hem om zijn nieuwe fiets?
Evelien naar haar vader.
De nieuwe medewerker veel werk.
De drenkeling van de kou.