LES 14

 Vul de tegenwoordige tijd (t.t.) en de verleden tijd (v.t.) in.

Klik pas op controle wanneer je denkt dat je helemaal klaar bent.

Succes!

 

Vul eerst de tegenwoordige tijd (t.t.) in:

De man zijn naam.
je vader altijd in de tuin.
Het huis tot de grond toe af.
Tussen twaalf uur en twee uur ‘s middags de Fransen.
Wij door de lange gang.
Mijn broertje goed zijn best.
De leerlingen goed op de gestelde vragen.
Gelukkig Caroline dat niet erg.
De kunstenaar de schilderijlijst.
Kees zijn feestje op woensdag
De jongens de hele dag in het winkelcentrum .
De banketbakker het bladerdeeg.
Mijn ouders mijn oom en tante vaak.
Wij heerlijk uit na de lange wandeling.
Hij dat verschrikkelijk naar.

Vul nu de verleden tijd (v.t.) in:

Vroeger er veel klaprozen langs dit pad.
De bezoeker heel erg vanwegen de rook.
Tijdens mijn verkoudheid ik erg.
In het restaurant ik een glas fris.
Hij die beschuldiging.
De meester iedere dag een stukje verder.
De cliënt de rekeningen vlot.
De steen in het water.
de man van vermoeidheid?
Vorige zomer wij in de zee.
Wij de advertentie in de krant.
de chaufuer van de vrachtauto voorzichtig?
De haven dicht.
Dat bericht mij zeer.
Wij een jaar geleden.

 

dicht.
Dat bericht mij zeer.
Wij een jaar geleden.