LES 17

 Vul het voltooid deelwoord (volt.dw) in:

Klik pas op controle wanneer je denkt dat je helemaal klaar bent.

Succes!

 

Vader heeft de aardappels .
Mijn moeder heeft vandaag hard .
Rafik had zijn tent .
Klaas had tegen de mooie vaas .
De boer heeft de hooivork goed .
Vader is met roken .
De auto was tegen de muur .
Veel mensen hebben de hele morgen .
Het is me niet .
De boer heeft deze week de appels .
Deze jongen heeft zich niet met deze ruzie.
Tijdens de vakantie hebben de buren voor onze planten .
De diefstal was vlug .
Piet heeft zich aan de kachel .
Vader heeft voor m'n verjaardag de kamer .
Dat heeft mijn moeder nu al zo vaak .
Het aantal rokers is de laatste jaren sterk .
Waarom heb jij niet op die vraag ?
Ben jij zondag ook op zijn verjaardag?
Heb jij wel goed naar opdracht ?
Moeder heeft het pakje van de postbode .
Het rijbewijs van mijn broer is .
Door de storm is die boom .
Hij heeft de eerste prijs .
Wat hebben we om die clown.
De hond van de buren heeft bijna alle kippen .
De leraar heeft zijn klas voor dit resultaat.
God heeft de wereld .
Bij origami hebben de kinderen vogels .
Deze winkel heeft vroeger anders .