LES 18

 Vul het voltooid deelwoord (volt.dw) in:

Klik pas op controle wanneer je denkt dat je helemaal klaar bent.

Succes!

 

De voetballer heeft de bal in het doel .
Hij heeft (bewijzen)bewezen, dat hij de ruzie heeft .
Hebben jullie de afgewaaide peren al .
Ik heb vannacht lekker .
Wij hebben gisteren Jan's fiets .
Deze hond heeft voordurend .
De trainer heeft de speler van het veld .
De matroos heeft de zielen goed .
Zij hebben hem bij de juiste naam .
Zo’n straf heeft deze jongen niet .
De kok heeft de groente .
Op 4 mei hebben velen de oorlog .
Deze jongens hebben vijf kilometer .
Veel kinderen hebben postzegels .
Deze zomer hebben veel mensen in de zee .
De politie heeft de dader op te sporen.
Heb jij de brommer zelf .
Hassan heeft gisteren een euro .
Tante Jenny heeft een heerlijke pan soep .
In de Vakantie hebben in de vakantie .
De juf heeft zich veel met deze jongen .
Onze ouders hebben van hun vakantie .
Wij hebben helaas nog geen bericht .
Onze vereniging heeft de prijzen en de winnaar .
De parachutisten zijn op de goede plek .
Het toneelstuk is al zo vaak , dat de uitvoering vlekkeloos is .
De rijksweg werd en op- en afritten werden .
Dit spel heb jij goed .
Dennis is voor zijn eindexamen .
Wij hebben vanmorgen vroeg .