LES 22

Vul het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord in.

Klik op het vraagteken om het bijbehorende werkwoord te zien.

Klik pas op controle wanneer je denkt dat je helemaal klaar bent.

Succes!

 

De vakantie naar Frankrijk ging niet door
De akker gaf een goede opbrengst.
Deze man was de winnaar.
Het geld is verloren.
De brief is nooit aan gekomen.
Om het gebied werd oorlog gevoerd.
De gevangene werd weer spoedig gepakt.
De krakers stonden voor het pand.
Het dak stortte naar beneden.
Dat beeld staat hem voor de ogen.
Deze onderneming liep goed af.
De opdracht werd door de leerlingen gemaakt.
De kinderen werden spoedig gevonden.
De stoel vond iedereen mooi.
De boom versperde de doorgang.
De brief is nooit aangekomen.
De muren werden gereinigd.
Het ijs van de sloten was nog niet sterk genoeg.
De tijd bleek later nutteloos.
De foto’s werden door moeder op gehaald.
De race werd goed betaald.
De voorbijganger liep tegen een paal.
De struiken sloegen niet aan.
De lijst van het schilderij ging stuk.
Aan de muur hing een prachtig schilderij.
Moeder heeft de kleren aan de lijn gehangen.
De portemonnee is terug gevonden.
De smid heeft het hek gerepareerd.
Hij heeft zich flink bezeerd aan een spijker.
De jongens de ingestorte ru´ne.

 

spijker.
De jongens de ingestorte ru´ne.