LES 24

 Vul het voltooid (volt.dw) of tegenwoordig deelwoord(teg.dw.) in:

Klik pas op controle wanneer je denkt dat je helemaal klaar bent.

Succes!

 

Vul het voltooid deelwoord (volt.dw) in:

Het vliegtuig is omlaag .
De fout wordt je niet .
Dit huis moet nodig worden.
Ik heb hem al dikwijls .
Vader heeft de deur .
Hij heeft niet aan de verwachtingen .
Het advies heeft de koper veel kosten .
Door de storm is het schip .
Wie heeft de aardappelen .
Het heeft dat het kraakte.
De zwemmer heeft Het Kanaal .
De kinderen hebben dit feest .
Dit huis is al lang niet .
Vader heeft de belastingaanslag .
Wij hebben op de camping een mooi plekje .

Vul het tegenwoordig deelwoord (teg.dw.) in:

loopt zij door de straten.
Wij hebben die nacht doorgebracht.
over dit vraagstuk bracht hij de dag door.
Wij troffen het vermoeide kind aan.
trokken zij door de provincie.
De kleuter kwam de klas binnen.
kwam hij thuis.
De hond kwam naar zijn baasje.
De poes streek langs mijn benen.
kwam hij het ziekenhuis binnen.
Al kwam zij op anderen gedachten.
De jongens dropen af.
Al gaf de man het stukje metaal vorm.
De lampen werken heel energie .
Met zijn zaklantaarn zocht de inbreker de kluis.