LES 35

Vul de juiste werkwoordsvorm in.

Klik op het vraagteken om het werkwoord te zien.

Klik pas op controle wanneer je denkt dat je helemaal klaar bent.

Succes!

 

Het al de hele avond, maar de bui over.
Het gebied er triest uit.
Toen we ons verslapen , we ons snel en we ons vlug .
Onze buren over de erfscheiding.
jij je nu al op de vakantie?
je dat hij vandaag zal komen?
Toen het vogeltje uit het nest , het zijn vleugels en op het gras.
je vader je wel eens?
deze bloem alleen in het voorjaar?
Vroeger ik geen witlof, maar nu ik er dol op.
Het zo erg, dat de vliegtuigen niet vertrekken.
Wij daar de aansluiting.
Bram naar school.
Het huis er prachtig uit.
De rechter conform de eis.
De directeur het diploma.
De bomen worden (v.t.) door de auto vervoerd.
De man zich steeds aan zijn buren.
Opa en oma erg blij met de foto van hun kleinkind.
De fotograaf de foto van de kleinkinderen.
en de man het huis.
De kok de maaltijd precies goed.
De kinderen door de kou totaal .
De kinderen toe hoe moeder de taart .
De klimop de ruïne.
De schaal door moeder .
Dit huis door de brand totaal .
Ons dorp zich geweldig .
De spion het vijandelijk leger.
Dit meisje niet in wiskunde.

 

niet in wiskunde.