LES 4

 

Zoek de persoonsvorm

Schrijf de juiste zinnen in de witte vakjes.

Klik pas op controle wanneer je denkt dat je helemaal klaar bent.

Succes!

 

Ik wil eerst een uitleg.

Zoek de persoonsvorm (pv) door de zin vragend te maken:

Iedereen geniet van de zon. ?
De conciërge maakt de klas schoon.
?
De jongens ergeren zich aan de giechelende meisjes.
?
Sjaak plaagt steeds zijn zusje.
?
Zijn broer trachtte hem te helpen.
?
De zon verblindde de automobilist.
?
Moeder kijkt me verbaasd aan.
?
Hij heeft de klok horen luiden.
?
Ik ga morgen naar Amsterdam.
?
Mijn broer werkt op een kantoor.
?

Zoek de persoonsvorm (pv) door de zin in een andere tijd te zetten:

Iedereen genoot van de voorstelling.  Iedereen van de voorstelling.
Het meisje rent pijlsnel naar huis.   Het meisje
pijlsnel naar huis.
Mijn vader mist de bus.   Mijn vader
de bus.
Hij antwoordde goed op die vraag.   Hij
goed op die vraag.
De man ontmoette een vroegere vriend.   De man
een vroegere vriend.
Hij gaf een snoepje aan zijn zusje.   Hij
een snoepje aan zijn zusje.
Deze vrouw houdt niet van katten.   Deze vrouw
niet van katten.
De politie ontruimde het kraakpand.   De politie
het kraakpand.
Wij horen al vroeg de vogels fluiten.   Wij
al vroeg de vogels fluiten.
De kinderen verkleden zich voor het feest.   De kinderen
zich voor het feest.

Zoek de persoonsvorm (pv) door het onderwerp in het meervoud of in het enkelvoud te zetten:

De hond kluift op het bot.    op het bot.
Ik kampeer nooit in een caravan.   
nooit in een caravan.
De meisjes borstelen hun haren.   
haar haren.
De leerling zoekt zich suf naar haar sjaal.   
zich suf naar hun sjaal.
De leeuwen doden hun prooi.   
zijn prooi.
Wij trachtten hem steeds te helpen.   
hem steeds te helpen.
Twee keer per jaar wiedt hij de tuin.   Twee keer per jaar
de tuin.
De leerlingen praatten in de klas.   
in de klas.
Heel vakkundig draaide de chauffeur om het pleintje.   Heel vakkundig
om het pleintje.
Meiregen maakt dat je groter wordt.   
dat je groter wordt.