Kailash


Het is zaterdagmiddag. In de nauwe straatjes naast een naargeestig betonnen viaduct in de wijk Dadar in Bombay verdringen zich duizenden mensen langs winkels, marktstalletjes en venters die hun waren gewoon op de grond hebben uitgestald. In een afgetimmerde, afsluitbare ruimte onder het viaduct woont de achtjarige Kailash, samen met een stuk of twintig andere kinderen. Kailash is een bedeesd jongetje in een smoezelig bruin bloesje en een korte broek. Schoenen bezit hij niet.
Wanneer
- 1 -, weet Kailash niet precies. "Ik was nog erg klein," zegt hij. "Ik hield het niet uit in ons dorp, want mijn vader was steeds dronken en hij sloeg me steeds. Toen ben ik met een vriendje weggelopen. En op het laatst kwam ik hier terecht." Kailash zou nu wel terug willen naar zijn vader en moeder en zijn twee zusjes, maar hij herinnert zich de naam van zijn dorp niet meer. Een maatschappelijk werker vertelt dat Kailash alleen nog wist dat hij uit de streek Parbhani kwam, zo'n driehonderd kilometer van Bombay. "We zijn er al eens heen geweest, maar we konden zijn dorp niet vinden."
Kailash komt nu voornamelijk aan de kost door oud plastic en ander afval dat wat waard is, te verzamelen. Het voddenrapen is in India geen uitzondering.
- 2 - Dagelijks trekken tienduizenden arme kinderen en volwassenen erop uit om vuilnisvaten en afvalhopen te doorzoeken. Ze zoeken vooral textiel, plastic, glas, metaal en rubber. Alles wat ze vinden gaat in een grote plastic zak. Het wordt wat schoongemaakt en dan verkocht aan een tussenhandelaar. Die verkoopt het dan weer door aan fabriekjes die het voor nieuw gebruik klaarmaken. Als je geluk hebt, vind je een plastic mineraalwaterfles. Zo'n fles wordt met gewoon leidingwater gevuld en dan weer verkocht. Die levert wat meer op. Als Kailash aan het werk is, moet hij goed oppassen.
Niet alleen is de zoekerij tussen het straatvuil een smerig werk, waarbij je je gemakkelijk snijdt, er zijn ook talloze kapers op de kust. Dikwijls trekt hij aan het kortste eind tegenover grotere jongens. Dan is hij alles kwijt. Ook verzamelt Kailash op de markt bloemen die
geknakt zijn of op de grond gevallen. Daar vlecht hij slingers van, die probeert hij dan te verkopen. In het begin wisten Kailash en zijn vriendje niets anders te bedenken dan te bedelen. Dat doet hij ook nog steeds. Alles bij elkaar verdient hij nu ongeveer een halve euro per dag.

- 3 - Het is te riskant om te sparen. Dan wordt het maar door anderen geroofd. "Meestal koop ik er wat lekkers voor." Guthka bijvoorbeeld, dat is een soort kauwtabak. Soms heeft hij genoeg om - 4 - "Ik hou het meest van Sunil Sethi en Akshay Kumar," zegt Kailash met een ernstig gezicht. "Die spelen het best." Dan buitelt Kailash met een paar radslagen die een circusartiest niet zouden misstaan door de ruimte. Bombay is het grote Indiase centrum voor de filmindustrie. Het wordt wel Bollywood genoemd. Daar worden de films gemaakt waar veel IndiŽrs gek op zijn. Met het maken van films worden miljoenen verdiend.

Kailash woont onder het viaduct. Hij heeft het niet slecht getroffen sinds hij hier een paar maanden geleden kwam. De ruimte is door een hulporganisatie ingericht als opvangcentrum voor zwerfkinderen. Ze kunnen er veilig slapen en ze krijgen er iets te eten, ook als de inkomsten overdag zijn tegengevallen. Bovendien moedigen de vrijwilligers van YUVA de kinderen aan
- 5 - . Trots toont Kailash zijn tasje met een paar schoolboekjes en schriften. Hij bewaart die in een scheefgezakt ijzeren kastje dat in de ruimte staat. Met de kleren die hij aan heeft, is dat alles wat hij bezit. Alle jongens in het betonnen centrum hebben zo'n kastje. Bedden zijn er niet in het kale hol, maar ze hebben in ieder geval een dak boven het hoofd. Dat is tijdens de moesson periode een luxe die lang niet iedereen in Bombay kent. Sommigen moeten dan maar een plekje zoeken onder een stuk plastic om zich te beschermen tegen de enorme regenbuien. In het centrum zijn ook spelletjes te doen. Vanaf posters op de verder kale muren kijken de hindoe-olifantsgod Ganesha, Jezus Christus en dr. Ambedkar, de voorvechter van de armen in India, de jongens broederlijk aan.

Als we Kailash vragen wat hij wil worden, haalt hij zijn schouders op. "Ik denk dat ik koelie word, dan ga ik zakken sjouwen in de haven," zegt hij. "Wat moet ik anders?"