1.5 Boekenwijsheid

Weet jij wat het werkwoordelijk gezegde is in de zinnen?
Dat is het zinsdeel dat bestaat uit de persoonsvorm en de werkwoorden die daarbij horen.
Anders gezegd: de persoonsvorm en de werkwoorden die daarbij horen vormen samen het werkwoordelijk gezegde in de zin.

Zoek in elke zin het werkwoordelijk gezegde. De persoonsvorm is al onderstreept.
Jij schrijft de rest van het gezegde in het witte vakje achter de zin.

Volgend jaar in de brugklas krijg je allemaal nieuwe boeken. Boeken vol wijsheid!
Dit vertellen de brugklassers over hun boeken:


Ik heb wel twintig nieuwe boeken gekregen.
Mijn aardrijkskundeboek
is al eerder gebruikt.
Ik
kan die hele stapel boeken bijna niet dragen.
Wie
heeft mijn nieuwe boekentas al gezien?
Ingrid
wil haar wiskundeboek aan haar vorige juf laten zien.
Heb jij ook een Engels woordenboek gekocht?
Jos
moet al zijn boeken nog kaften.
Of
zou haar zus dat misschien willen doen?
Voor biologie
hebben we een boek en een werkschrift gehad.
Je
moet zuinig met deze dure boeken omspringen.
Deze schriften en mappen
had Yilmaz vorige week al aangeschaft.
Zijn jouw boeken al besteld?