1.6 Is het met -en of met -e?

Bij veel samengestelde woorden moet je voor het schrijven van de verbindingsklank kiezen tussen -en- en -e-. Je kunt die n niet horen. Spreek maar eens uit: pennenbak en zonnebank. Hoor jij een verschil? Waarschijnlijk niet. Door de schrijfregels voor de tussenklanken bij samengestelde woorden te leren weet je toch of je moet kiezen voor -en- of -e-.

Je schrijft -en- als het eerste deel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat alleen maar een meervoud heeft op -(e)n: paard - paardenstal; pan - pannenkoek.


Schrijf de samengestelde woorden op.

woord + boek =
pruim + jam =

eend + ei =

gans + veer =

vrouw + team =

den + boom =

oog + test =

boek + kast =

bejaarde + huis =

tent + kamp =

pan + lap =

lamp + kap =


Je schrijft -e-
- bij samenstellingen waarvan het eerste deel geen meervoud kent: rijst - rijstepap;
- bij samenstellingen waarvan het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat (ook) een ander meervoud heeft dan op -(e)n: hoogte - hoogtevrees;
- als in het eerste deel iets wordt benoemd waarvan er maar een is: zon - zonneschijn; koningin - Koninginnedag


zon + scherm =

hoogte + punt =

maan + schijn =

koningin + dag =

tarwe + meel =

rijst + brij =


Pas de regels toe bij het invullen van de volgende samengestelde woorden.

De
zijn erg vies geworden bij het bereiden van de
Vanwege de felle
is het nodig een te dragen.
De
glinsterde op het .
De
verliet het .
smaakt heerlijk bij .
moeten geen last hebben van .