11.5 Nog eens beroepstaal

De teksten hieronder komen je bekend voor. Van sommige woorden begrijp je de betekenis al, van andere nog niet.

a De uitgever

Je zit achter een groot bureau en de ene auteur na de andere komt vragen of je alsjeblieft een boek wilt maken van wat hij heeft opgeschreven. En jij maakt allemaal romans die heel goed verkocht worden. In het echt gaat het niet zo heel makkelijk. Natuurlijk begint een uitgever met het kiezen van schrijvers en schrijfsters die hij zelf goed vindt. Hij leest de manuscripten. Dat kan een stapel volgeschreven of volgetypte pagina's zijn, maar tegenwoordig maakt een flink percentage van de schrijvers gebruik van een computer.

Uit: Toon Kramer & Harmen van Straaten, Het beroepenboek voor kinderen (Ploegsma, Amsterdam).

►Lees tekst a nog eens door en let op de dikgedrukte woorden. Welke van die woorden ken je al? Die woorden kun je invullen bij de betekenisomschrijvingen.
►Lees de tekst in de buurt van de overgebleven woorden nog eens goed. Kun je de betekenis uit de tekst halen? Vul de woorden dan ook in.
►Twijfel je nog? Gebruik dan je woordenboek.


iemand die boeken verspreidt:

geschreven teksten die nog niet gedrukt zijn:

uitgebreide verhalen in de vorm van een boek:

bladzijden:

schrijver of schrijfster:

getal waarmee je aangeeft om hoeveel procent het gaat:


b De journalist

Een journalist staat altijd klaar om te werken, vooral als hij verslaggever is. Er kan altijd ergens iets gebeuren, dag en nacht, door de week en op zondag. En dat onverwachte maakt het vak juist leuk. Als een journalist zijn artikel af heeft, bekijkt de redactie van de krant of zij het nieuws precies zo zal publiceren of dat het ingekort of juist uitgebreid moet worden. Een speciaal soort verslaggever is de correspondent. Dat is een journalist die korte of lange tijd in een bepaalde buitenlandse stad woont.

Uit: Toon Kramer & Harmen van Straaten, Het beroepenboek voor kinderen (Ploegsma, Amsterdam).

►Doe met tekst b precies hetzelfde als met tekst a.

stuk in een krant, dat over een onderwerp gaat:

het laten drukken en verspreiden, zodat iedereen het kan lezen:

iemand die voor de krant berichten maakt:

een groep van personen die de inhoud van een krant samenstelt:

iemand die in de krant stukken schrijft over het nieuws:

iemand die uit een andere plaats nieuws doorgeeft aan de krant: