16.4 Waar is het van gemaakt?

Een bijvoeglijk naamwoord vertelt iets van een zelfstandig naamwoord:
Het gescheurde tafelblad.

Soms vertel een bijvoeglijk naamwoord waar iets van gemaakt is.
Zo'n bijvoeglijk naamwoord noemen we een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord:

het houten tafelblad.

Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord eindigt meestal op -en.

Vul de stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden in.
Deze vaas is gemaakt van glas en deze van kristal.
Wil jij een
vaas of een vaas?
Deze armband is van zilver en die is van goud.
Wil jij een
armband of een armband?
Dit tasje is van plastic en dat is van linnen.
Wil jij een
tasje of een tasje?
Deze trui is van katoen en die is van wol?
Wat wil jij: een
trui of een trui?
Dit gebouw is van beton en dat gebouw is van baksteen.
Wat vind je mooier: een
gebouw of een gebouw?
Je kunt kiezen uit een zakdoek van papier of een van katoen.
Kies jij een
zakdoek of een zakdoek?

Zet een streep onder elk stoffelijk bijvoeglijk naamwoord in de zinnen hieronder.
In die grote
bak op de tafel komen goudvissen.  Die schaal vind ik mooier dan die witte schaal.  Bij het werk in de tuin kun je het best laarzen of klompen dragen.  Een gieter is zwaarder dan een gieter.  Een luchtige bloes zit lekkerder bij warm weer dan een dikke trui.  De vloeren in de moskee met het dak waren bedekt met tapijten.