8.1 Kok in de woordkeuken

De kok in de woordkeuken bereidt woorden. Hij pakt het basiswoord kok en doet er het achtervoegsel in bij: kokin.

Het woord is nog niet helemaal wat het moet zijn. Daarom voegt hij nog een k toe. Dan is het woord helemaal klaar: kokkin.

 

Nu mag jij aan de slag in de woordkeuken. Neem een basiswoord en zoek er een voorvoegsel of een achtervoegsel bij. Klik op het zwarte driehoekje.

feest  ► feest

gezellig  ► gezellig   ► gezellig
smaak  ► smak

eten   ► eet
   ► eten
smakelijk  ► smakelijk
   ► smakelijk
bezoek  ► bezoek

geduld  ► geduld
   ► geduld

geduldig  ► geduldig
lachen  ►
lachen
werk  ► werk

koning  ► koning

trouwen  ►
trouwen
eerlijk  ► eerlijk
   ► eerlijk
gevaar  ► gevaar

toerist  ► toerist

verstand  ► verstand

beleefd  ► beleefd

fatsoen  ► fatsoen
   ► fatsoen
plaats  ►
plaats  ► plaats
wijken  ►
wijken
stappen  ►
stappen
gebruik  ►
gebruik  ► gebruik
reus  ► reus

kijken  ►
kijken
verstaan  ► verstaan

roep  ►
roep  ► roep
houd  ►
houd  ► houd
brand  ►
brand  ► brand
acht  ►
acht  ► acht
waak  ►
waak  ► waak