Onderwerp 1

Schrijf het onderwerp in de witte vakjes. Gebruik alleen hoofdletters bij namen.

Klik pas op controle wanneer je helemaal klaar bent.

Gistermiddag ving Jan een snoek in het kanaal.
Een uur heeft hij met het monster geworsteld.
Met behulp van een schepnet kreeg hij hem op het droge.
Nooit eerder had hij zo'n kanjer gevangen.
De volgende dag stond er een grote foto in de krant.
Trots toonde de visser zijn buit.
Wegens motorpech landde het vliegtuig op het weiland.
We hebben drie weken kunnen schaatsen.
De bakker belt iedere morgen bij ons aan.
Met veel geraas stortte het gebouw in.
Waarom blaft die hond toch zo tegen ons?
Wij eten liever brood met kaas dan met jam.
Buurman Jansen melkt zijn koeien machinaal.
Het koude weer bezorgde ons veel moeite bij het starten.
We hadden de accu bijna leeg gestart.
Toen het voorjaar aanbrak was dat leed weer geleden.


Doe ook zo met de volgende zinnen.


Toen we thuiskwamen hebben we eerst ons huiswerk gemaakt.
Daarna hebben we gezellig een plaatje gedraaid.
In de loop van de avond belde er iemand aan.
Er stond een eigenaardig uitziend mannetje voor de deur.
Hij wilde me prentbriefkaarten verkopen.
Ik vertrouwde het mannetje niet erg.
Omdat ik geen geld had, kocht ik niets. (twee zinnen.) &
De volgende dag las ik een vreemd bericht in de krant.
Iemand verkocht prentbriefkaarten voor een goed doel.
Dat goede doel bestond echter helemaal niet.
Het geld van argeloze kopers stak hij in eigen zak.
Gelukkig maar dat ik niets gekocht had!
Door dergelijke streken worden bonafide acties geschaad.
De politie heeft proces-verbaal opgemaakt.
Er stond ook een signalement van de man in de krant.
Deze beschrijving klopte precies met dat van het mannetje van gisteravond.

 

Is jouw score hoger dan 85%, ga dan verder met de volgende oefening.

Is jouw score lager dan 85%, bekijk dan de uitleg opnieuw en vraag na bij de juf of meester.