Hulpwerkwoord 1

Schrijf de hulpwerkwoorden in de witte vakjes en schrijf het hele werkwoord in de witte vakjes.

Klik pas op controle wanneer je helemaal klaar bent.

Typ:

- in het eerste vakje het hulpwerkwoord en

- in het tweede vakje het zelfstandig werkwoord (de infinitief) waar het bij hoort.

Voorbeeld:
De kat heeft een vogel gevangen.
 heeft  = hw &  vangen  = infinitief

Peter is in een plas gevallen. = hw &   = infinitief
Vader heeft witte muizen voor ons gekocht. = hw &  = infinitief
Ik zal je morgen wel betalen. = hw &  = infinitief
De boom is omgewaaid. = hw &  = infinitief
Wij mogen morgen niet zwemmen. = hw &  = infinitief
Jij bent al twee keer te laat gekomen. = hw &  = infinitief
Waarom wil je niet meer met Jan spelen? = hw &  = infinitief
De kraai heeft zijn nest in de toren gebouwd. = hw &  = infinitief
Wij zijn verleden week naar Artis geweest. = hw &  = infinitief
Wie zal jou helpen bij dat karwei? = hw &  = infinitief
Ik ben over een sinaasappelschil uitgegleden. = hw &  = infinitief

Waar zijn jullie gisteren geweest? = hw &  = infinitief
Wij hebben een fijne fietstocht gemaakt. = hw &  = infinitief
Is Jan ook mee geweest? = hw &  = infinitief
Nee, Jan ging roeien. = hw &  = infinitief
De jongens kunnen die opgave niet maken. = hw &  = infinitief
Wie heeft dat mooie schilderij gemaakt? = hw &  = infinitief
Dat is door mijn oom geschilderd. = hw &  = infinitief
Wie wil mij even helpen? = hw &  = infinitief
Ben je gevallen en heb je je bezeerd? = hw &  = infinitief
Het paard is over de sloot gesprongen. = hw &  = infinitief
Piet heeft zijn knie geschaafd. = hw &  = infinitief
De ministers zullen morgen naar Amerika vertrekken. = hw &  = infinitief

 

Is jouw score hoger dan 85%, ga dan verder met de volgende oefening.

Is jouw score lager dan 85%, bekijk dan de uitleg opnieuw en vraag na bij de juf of meester.