Samenstellingen 1

Schrijf de nieuwe woorden in de witte vakjes. Klik pas op controle wanneer je helemaal klaar bent.

bes + sap =  bessensap

kers + jam =
pan + koek =
zon + panelen =
hoogte + vrees =
ziek + huis =
paard + markt =
rijst + brij =
maan + schijn =
woord + boek =
brief + bus =
ster + kijker =
Koningin + dag =
kat + bak =
kip + ei =
boek + tas =
geit + kaas =
gerst + bier =
pruim + sap =
zon + steek =

paard + stal =

beeld + storm =
kurk + trekker =
tarwe + brood =
roos + struik =
schaap + wei =
zon + stralen =
krant + bezorger =
ruimte + reis =
bril + doos =

leeuw + kooi =
stoel + dans =
boer + kaas =
hoogte + zon =
ster + hemel =
peer + boom =
maan + schijn =
vrucht + gelei =
bejaarde + pas =
cassette + deck =

 

 

Is jouw score hoger dan 85%, ga dan verder met de volgende oefening.

Is jouw score lager dan 85%, bekijk dan de uitleg opnieuw en vraag na bij de juf of meester.