Koppelwerkwoord 1

Schrijf de koppelwerkwoorden in de witte vakjes. Klik pas op controle wanneer je helemaal klaar bent.

Jan wordt soldaat.
Jouw broer is knap.
De agent werd boos.
De klanten schenen tevreden.
Die som lijkt erg moeilijk.
Jouw neef blijft vervelend.
Dat schijnt een goede fiets.
Dat voorstel dunkt me goed.
Jullie zijn aardig.
De storm wordt minder.
Jij bent een flinke vent.
Mijn zusje heet Yvonne.
Dat verhaal komt me onwaarschijnlijk voor.
De verdachte bleek onschuldig.
Dat voorstel lijkt me verkeerd.
Jan heet een eerlijke jongen te zijn.
Jouw vriend schijnt een vrolijke klant.
Oom Piet is kapitein.
Het weer is mooi.
Marianne werd bleek.

 

 

Is jouw score hoger dan 85%, dan beheers je het koppelwerkwoord voldoende. Gefeliciteerd!

Is jouw score lager dan 85%, kijk dan nog eens bij de uitleg of vraag hulp aan jouw juf of meester.